Multicultureel opvoeden: ouders willen wel maar weten niet hoe
30 augustus 2011
Autochtone ouders onderschrijven massaal het belang van een multiculturele opvoeding. Het is goed voor kinderen om in zo’n maatschappij op te groeien, zegt 80%.
In de toekomst heeft Nederland volgens 77% meer aan kinderen die geleerd hebben om met meerdere culturen om te gaan, dan als ze binnen één cultuur zijn opgegroeid. Daarmee zijn witte ouders realistischer en toleranter dan vaak gedacht wordt.
Dit blijkt uit een representatief onderzoek naar het multiculturele gehalte van de Nederlandse opvoeding onder 588 ouders, uitgevoerd door bureau RM Interactive in opdracht van het maandblad J/M voor Ouders.
Nooit eerder is onderzoek gedaan naar de vraag hoe autochtoon-Nederlandse ouders denken over de toekomst van hun kind in een land met meerdere culturen en hoe ze daar in hun opvoeding mee omgaan.
Een paar uitkomsten:
Een allochtoon vriendje? Geen punt zegt 57%. Zoon met allochtoon vriendinnetje? Niet erg antwoordt 62%. Meedoen aan het Suikerfeest? Geen bezwaar voor ruim twee derde. Wat ouders pas echt erg vinden is als hun kind discrimineert (90%) of straattaal (83%) spreekt. Een docente met een hoofddoekje lijkt meer wel (55%) dan niet (45%) geaccepteerd.
Maar er is ook angst en onzekerheid: zo maakt een kleine meerderheid van de ouders (57%) zich zorgen over de toekomst van hun witte kind in een gekleurde maatschappij. ’t Liefst zien ze hen toch opgroeien in een (overwegend) witte buurt (80%) en op een witte school (76%). Ouders worstelen met het dilemma tussen enerzijds vasthouden aan de eigen cultuur en anderzijds hun kinderen opvoeden tot ruimdenkende wereldburgers. Ze geven het multiculturele gehalte van hun opvoeding niet meer dan een 5,5. Want ouders willen wel, maar weten niet goed hoe.
Bron: JM Ouders

RSS
Twitter
Print
Stuur door